De McDonaldization van de Amerikaanse koffie
Dunkin’Donuts faalde in Nederland. Starbucks probeert het niet eens. Maar in eigen land zijn ze wel succesvol. Starbucks zeker, maar Dunkin'Donuts komt eraan.Dunkin’Donuts is in New York bezig met een invasie. In 2002 hadden ze 600 winkels, nu 1200 en tegen de zomer moeten het er 1300 zijn.
Hoewel Dunkin’ zelf ontkent het gevecht met Starbucks aan te gaan. Ze richten zich op een ander segment van de markt, aldus de Dunkin’-marketeers: de snelle koffiedrinker die niet wil dreutelen voor de toonbank omdat hij geen keuze kan maken uit de tientallen dure verschillende soorten koffie in verschillende maten – Starbucks dus.
Starbucks richt zich op het sjieke koffiedrinken, de winkel is een tweede huiskamer voor de drinkers. Je kunt er chillen, internetten, muziek kopen, uren de New York Times lezen zonder dat je wordt weggekeken.
Maar je bent er nooit snel klaar, rijen zijn vaak lang en het maken van al die speciale koffie duurt even. En 4,39 voor een bakje leut is ook geen kattenpis.
Kern van de marketing en kracht van Dunkin’ Donuts: geen elitaire opsmuk, maar heel veel winkels. Op elke derde straathoek, één winkel voor zesduizend New Yorkers. Starbucks wil in de buurt van boekenwinkelketen Barnes & Noble zitten (vaak zitten ze zelfs in die winkel), Dunkin’ Donuts wil gewoon zitten waar veel voetgangers en verkeer is.
Hoewel de naam anders vermoedt, is koffie de kern van de Dunkin’ business. Niet verbazingwekkend: een kop koffie met een verkoopprijs van twee dollar kost Dunkin’Donuts tien cent.
En de New Yorkse meeneemkoffiemarkt is groot: er wordt jaarlijks een half miljard dollar aan koffie weggedronken. Geen wonder dat Dunkin’Donuts wil knabbelen aan de dominante positie van Starbucks in het straatbeeld van New York.








